- pukkelpop View
by coldplay on August 24, 2011 at 06:23:22 PDT
Afspraak bij de eerste populier rechts
De bange momenten van Stephan Vanfleteren, die op de weide op zoek moest naar zijn zoonIn het noodweer van Pukkelpop gingen vrienden en familieleden op zoek naar elkaar. Ik zocht mijn zoon aan een boom die was omgewaaid. We denken nu vooral aan ouders en vrienden van slachtoffers.
Door Stephan Vanfleteren
Ik heb een hekel aan festivals. Maar door een belofte van een zwoegende zoon tijdens zijn examens durft een vader al eens een wilde belofte te doen. Een goed rapport: Pukkelpop. Motiveren schijnt dat in de pedagogie te heten. De school was al prehistorie, het goede rapport vergeten maar twee datums stonden er in mijn rode Moleskine-agenda aangeduid met een uitroepteken. Achttien en negentien augustus: Pukkelpop. Mijn enige vakantiedagen en mijn zoon zijn eerste grote festival.
Daar staan we dan, mijn schoonbroer, mijn zoon, zijn neef, een vriendje en ik op de zonnige festivalweide. “Als dit het voorspelde slechte weer is dan mag het zo slecht blijven”, grapt mijn schoonbroer.
Het was tien jaar geleden dat ik nog eens op een groot festival was geweest. Meteen begreep ik weer waarom ik niet zo wild was van festivals. Massa volk en dreunende decibels. Maar hey, de mensen waren blij en er was muziek naar ieders smaak. Dat stemde me tevreden. Met de kinderen gingen we eerst op verkenning in de verschillende tenten op de weide. Daarna naar de standjes waar je prullen kon winnen. Ons ‘Win for Life’-armbandje laten afknippen voor een krasbiljetje, oordopjes ophalen bij een bekende sponsorende bank, slippers winnen met ‘Enjoy life’ opgedrukt.
Banale, heerlijke vrolijkheid.
Ik zag vriendschap, liefde en verbroedering onder de festivalgangers. Ik was vergeten hoe gelukkig livemuziek mensen kan maken. Hoe visueel mooi een kolkende massa voor een podium kan zijn, hoe de oerklassieke spreidstand van een gitarist me deed glimlachen, hoe een zwarte zangeres met stembanden en haar donkere carrosserie mijn gedachten prikkelden. Ik begreep waarom iedereen zo gelukkig was. Ik was het ook.
Helaas waren er drie mokkende pubers op de weide. Het waren mijn zoon, zijn neef en zijn vriend. Veertien jaar zijn en achter je vader moeten lopen is niet cool. Daar heeft hij toch niet zo hard moeten voor zwoegen tussen die boeken. Je kan toch niet gaan dansen op Wiz Khalifa in de Dance Hall met een vader in de buurt. Ik begreep hen. Dus maakte de vader een afspraak. Verantwoordelijkheid geven schijnt dat in de pedagogie te heten. Samenkomst na het optreden aan de eerste populier rechts van de weide, voor de main stage. Hier en nergens anders. Deze boom en geen andere. “En bij elkaar blijven”, hoor ik me nog zeggen tegen drie rechte ruggen die al naar de Dancehall spurtten. Drie jongens met pukkeltjes op weg naar adolescentie. Ook dat hoort thuis op een festival.
De ‘oudjes’ dan maar naar Skunk Anansie. Skin verscheen op het podium onder een donker wordende hemel met zwarte pluimen op haar rug. Dreigend en sexy. Een zwarte engel met kaalgeschoren zwarte schedel en hagelwitte tanden. Ik dacht aan het mooie geschenk dat mijn collega-rockfotografen cadeau kregen op dat podium. “^#!* the rain” schreeuwde de engel. En de regen kon ons inderdaad gestolen worden. Ze wandelde over de handen van het publiek. Zo moet het er ongeveer uitgezien hebben toen Jezus over water liep, maar dan zonder Humo-reclame in de achtergrond.
Naast ons stond een festivalhanger met een opblaasbare sekspop in zijn nek. Toch één nekje dat droog bleef. Of toch nog voor even. De wind nam in kracht toe en de wolken werden niet alleen donkerder maar veranderden ook van kleur. Groen vermengd met oranje die samen weer donkergrijs werden. Een prachtig visueel schouwspel die geen festivalweide ooit mooier te zien kreeg. Inmiddels waren Skin en haar muzikanten doorheen de stortregen het publiek aan het betoveren. Maar de regen werd hagel. Knikkers vielen uit de lucht. ‘Tear the Place Up’ was haar laatste nummer alvorens het concert werd afgebroken. Toen beseften we dat het uit de hand aan het lopen was.
Mensen onder takken
“De kinderen!”, bliksemt het in ons hoofd. Lopend tegen de hagel, de afwaaiende takken en de op hol geslagen massa in, gaan we in het duister op zoek naar de plaats van afspraak: de eerste populier rechts. Maar de boom staat er niet meer. Althans niet recht. Afgeknakt en op een eettentje terechtgekomen. Mensen schuilen onder de afgeknakte stam maar onze kinderen zijn er niet bij. De kruin. Toch niet daar! Er liggen mensen onder de takken. Chaos en paniek. De adrenaline neemt het over. Waar zijn de kinderen? Je doolt rond die boom. Opnieuw en opnieuw: waar zijn de kinderen? Bellen, maar de gsm is verzopen. Naar een tent gaan schuilen en de gsm van mijn schoonbroer proberen. Netwerk overbezet. Ik sta terug aan de afgeknakte stam. Zoek de gezichten af. Waar zijn ze? Het Rode Kruis dient de eerste zorgen toe aan de gekwetsten tussen de takken van de boom. Ik zie mijn collega Alex Vanhee: een befaamde rockfotograaf aan een afgeknakte boom. Surrealistisch.
Hoelang ik daar gestaan heb weet ik niet. Tijd bestaat niet. Ik zie dat de Chateautent compleet is weggeblazen. Een kasteel staat eeuwen recht, dit luchtkasteel was in een handvol seconden in een ruďne herschapen. Verplegers en security zijn druk in de weer, mensen lopen verdwaasd rond, maar geen kinderen te bespeuren. Tot ik plots een kind “Nonkel Stephan” hoor schreeuwen. Het overstuurd neefje springt in mijn armen. “Waar zijn de anderen?”, vraag ik. “Weet ik niet, ik ben ze kwijtgeraakt in de chaos.” Heeft het een kwartier of een uur geduurd vooraleer ik een verlossende “papa” hoorde?
Ik weet het niet meer. Maar het was wel de mooiste klank die mijn oorschelp afgelopen jaren heeft mogen ontvangen. Zoon en vriend eindelijk in mijn armen. Doorweekt en heelhuids. Ze hebben gezien hoe op vijf meter afstand de orkaan de boom omverblies op het tentje met mensen. De val van het festival. Het neefje vertelt hoe goed hij is opgevangen door onbekenden, of hoe een barmeisje van een dranktentje zich ontfermde over mijn zoon. Ik denk aan de securityman die me bij de arm heeft gepakt tussen de takken van de gevallen boom op zoek of er een van de kinderen tussen de gewonden of doden lag onder de boom. Ik denk aan de verplegers die ik de eerste zorgen zag toebrengen. Ik denk aan Luc Janssen die een gruwelijke mededeling op het podium moest verkondigen, ik denk aan de burgermeester van Hasselt en Chokri Mahasine die de gruwelijke balans wereldkundig moesten maken.
Maar ik denk vooral aan de ouders en vrienden die moeten vernemen dat hun geliefde is gestorven ergens op een wei in Limburg. Zoek niet naar schuldigen. Het was de kracht van de natuur. De natuur is soms roekeloos maar altijd onschuldig. Noodlot schijnt dit te heten.
Ik heb een hekel aan festivals. Helaas zal die groep mensen sinds gisteren groter geworden zijn. En dat is doodjammer. Maar volgend jaar gaan we terug. Met een goed of slecht rapport. En met de engelen op onze schouders en onze gedachten bij de overledenen.
Afspraak aan de tweede populier rechts.
Stephan Vanfleteren:
De adrenaline neemt het over. Waar zijn de kinderen? Je doolt rond die boom. Opnieuw en opnieuw......
Ik weet dit heeft niks met de pool te maken, maar toch gingen er steeds veel van pp2 spelers naar pukkelpop.
ontroerend gewoon deze tekst van een papa....
Bij deze tekst[Post automatically censored for profanity]


